INTERESSANTE JURISPRUDENTIE

Inderdaad, vaak wordt gedacht dat “zo’n concurrentiebeding toch niets voorstelt”. Dat is pertinent niet waar, zie ook deze zaak die zeer actueel tot en met hoger beroep is gevoerd. Als werkgever en werknemer hun handtekening zetten onder een serieuze overeenkomst, dan dient die te worden nageleefd. Ook al heeft in dit geval de werknemer zich lekker laten maken met bijna een verdubbeling van zijn salaris. Dat zal wel niet voor niets zijn, oordeel de rechter in ‘s-Hertogenbosch.

Wat is het geval? De werkgever is een gespecialiseerde diervoederproducent. De werknemer is een getalenteerde salesmanager, die bij deze werkgever vlot carrière maakt. Hij weet dan ook veel van de commerciële belangen: klanten, prijzen en (marketing-)plannen, niet alleen voor zijn eigen verkoopgebied, maar wereldwijd. Dat zogenaamde non-concurrentiebeding is er dan ook niet voor niets.

Desondanks dient deze werknemer zijn ontslag in; niet omdat hij niet tevreden zou zijn of anderszins, maar – jawel – om voor de concurrent te gaan werken.

Dat kan natuurlijk nooit goed gaan, zouden ook zijn juridische adviseurs de man moeten kunnen uitleggen. Maar dat doen ze niet, ze gaan procederen. Daar is-ie weer: vechten, strijden, je gelijk halen. Ooit aan mediation gedacht? Natuurlijk niet.

Maar we gaan door (net als zij).

De werknemer stapt dan ook hoopvol naar de kantonrechter, en vraagt deze om het non-concurrentiebeding  per 1 augustus 2020 te schorsen. Hij vindt dat het beding hem belemmert in zijn recht op vrije arbeidskeuze, terwijl zijn werkgever niets van hem te duchten heeft wanneer hij voor deze concurrent gaat werken.

De kantonrechter oordeelt anders en het non-concurrentiebeding blijft in stand. Op verzoek van de werkgever hangt de kantonrechter daar een dwangsom aan. Als de werknemer toch de overstap naar de concurrent maakt, kost hem dat duizend euro per dag met een maximum van tienduizend euro.

De werknemer, inmiddels heel wat minder vrolijk, tekent (natuurlijk, want zo gaan die dingen) hoger beroep aan. Zijn argumenten? Het beding is veel te ruim geformuleerd. Zo komt hij nergens meer aan de bak (een klassieker in dit soort zaken).

REDELIJKHEID EN BILLIJKHEID

Maar ook de ‘hogere’ rechter trapt niet in deze val.

De wet zegt, dat op grond van het bepaalde in artikel 7:653 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek de rechter een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk kan vernietigen wanneer de werknemer onbillijk wordt benadeeld. In principe geeft de Grondwet immers iedereen het recht om vrij te kunnen kiezen welk werk hij of zij (sorry: de persoon) wil doen.

De vraag is of deze werknemer onbillijk wordt benadeeld wanneer hij zich moet houden aan het non-concurrentiebeding. Het hof vindt dat dat niet het geval is. Hij heeft commerciële kennis die uitermate interessant is voor het bedrijf waarvoor hij wil gaan werken. Dit bedrijf is bereid bijna 90 procent meer salaris te betalen. Het gerechtshof acht het dan ook waarschijnlijk dat dit bedrijf betaalt voor de kennis die de man heeft over zijn huidige werkgever en van plan is die kennis te gebruiken.

Het non-concurrentiebeding blijft daarom gehandhaafd.

Kijk het geheel hier nog eens op uw gemak na.

Lekker procederen. Ik heb gelijk. Nee, ík heb gelijk. Van procedure naar procedure. Zo zijn er alleen maar verliezers. (Photo by Hunters Race on Unsplash)

Wat vindt u eigenlijk zelf? (Niet bedoeld voor sollicitaties.)

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.